Moord (2)

7 01 2010

Ik beken: deze moord heb ik niét voorspeld. Ik was – in tegenstelling tot de vorige keer – niet aan het praten over de nood aan nieuwe gebeurtenissen en ik fantaseerde niet over neergeknalde lichamen in uitgebrande auto’s.

Maar sta mij toe u toch nog één voorspelling mee te geven: één zin, één vraag, één uitspraak, één wereldberoemd citaat.

Buurman wat doet u nu?





Moord

3 01 2010

Ik heb een moord op mijn geweten. Laat u mij even toe om hier te biechten.

Wat is dat toch de laatste tijd, zei ik met een half oog op het nieuwsanker met weekenddienst. Niks gebeurt er, niks! We zijn toch ver gekomen als ze al hun journaals moeten beginnen met de [veel voorkomend dialectwoord voor koopjesperiode]. Het wordt nog eens tijd dat er iets gebeurt. Dat er een vliegtuig neerstort of zo. (en dan lachend) Misschien is het wel aan het neerstorten terwijl ik dit zeg, en zien we het straks op alle journaals.

Lachend? Misschien?

Morgen in alle kranten en op alle journaals: twee inzittenden komen om bij crash van sportvliegtuigje.

Sorry, [naam van pilote]. Sorry.





Snel

1 01 2010

[Parasiet], vroeg ze. Ik heb ideeën nodig. Wat viel jou op in 2009?
Het ging zo snel, zei ik.

Het was een snel jaar. Een jaar waarin je je zuchtend omdraait in bed omdat het maandag is terwijl je nog maar net hebt beseft dat het weekend is begonnen. Een jaar waarin je het is al half januari zegt terwijl Nieuwjaar nog zo vers is. Een jaar waarin februari begint voor je januari hebt beleefd. Een jaar waarin je merkt dat je loon alweer gestort is en waarin je merkt dat je loon alweer gestort is en waarin je merkt dat je loon alweer gestort is en plots is het april en mei en daar is dan de eerste hittegolf en die laat je passeren omdat je moet werken en plots is het september en zijn alle hittegolven weer voorbij. Een jaar waarin je zo ver op vakantie gaat dat je niet meer verder kan en plots oude herinneringen ophaalt aan de vakantie waarvan je hoopt dat het niet de vakantie van je leven was want de vakantie van je leven is er eentje voor de toekomst.

Toen je twaalf was wou je niet liever dan dat de tijd wat sneller ging want het leven is leuker als je veertien vijftien zestien achttien vijfentwintig bent. Maar plots slaat het leven op hol als was het een paard en je kan niet meer stoppen en je beseft dat de maanden aan het vliegen zijn en dat de jaren zullen vliegen en dat je in één of in twee of in drie of in vier van die jaren plots een papa zal worden en nachten zal waken omdat zijn tandjes erdoor komen en dan passeert er een jaar waarin je aan de kleuterschool staat en één waarin je zijn diploma mee gaat halen en één waarin je hem nog eens vraagt of hij die wereldreis alleen wel aan zal kunnen terwijl je bedenkt dat je zelf niets liever deed toen je zo oud was als hij en dat die vakantie van je leven nog altijd toekomst is. En je bedenkt dat die radiozender geen betere naam dan de Tijdloze had kunnen verzinnen want zelf wil je ook niets liever dan de tijd lozen.

Het was een jaar waarin je denkt dat je elke maand of elke week wil aftellen van oud naar nieuw, gewoon om in je hele lijf te voelen dat er alweer een maand alweer een week voorbij is. Of omdat er maar één moment is dat de tijd echt stil staat en dat is als je feest en als je de muziek voelt tot in je ballen en als je blij wordt van milk inc en van de final countdown en van everybody in the sun goes fun fun fun en ik wil bob zijn maar niet elke maand elke week en ik wil blazen als ik bob ben want ik wil een sleutelhanger.

Het was een snel jaar. En het is mijn goede voornemen om 2010 wat minder snel te laten gaan. En moge ook uw wensen in vervulling gaan.





Konijn

23 12 2009

Is het de konijn of het konijn?, vroeg ze in een aandoenlijke poging om de Nederlandse taal onder de knie te krijgen.
Het konijn, dat was het logische want correcte antwoord.
Logisch, zei ze, want het is ook het meisje.
Vreemde redenering, dat was de logische maar niet luidop uitgesproken reactie.

Wat later keek ze vol bewondering naar een filmpje over Phra Chaoyuhua Bhumibol Adulyadej. Koning Boemibol voor de vrienden.
‘Kijk, het konijn, het konijn!’, riep ze.
Ze wees op een vrouw. ‘Het konijn, het konijn!’
De vrouw was Somdet Phra Nang Chao Sirikit Phra Borommarachininat. Koningin Sirikit voor de vrienden.

Koningin, jongedame. Koningin.

Een konijn is een dier, met lange oren.





Dood die vrouw.

14 12 2009

Ergens, in een stad hier ver vandaan, dreunt een Salomé haar mantra op.

Ich habe deinen Mund geküsst, Parasiet.
Ik heb je mond gekust, er lag een bittere smaak op je lippen.
Bloed? Nee.
Liefde, misschien.
Want ze zeggen dat liefde bitter smaakt.
Maar wat maakt het uit?
Wat maakt het uit?
Ik heb je mond gekust, Parasiet.
Ik heb hem gekust, jouw mond.

(Dood die vrouw.)





Oprit

12 12 2009

Het staat op een goei wei.

Het is het mooiste compliment dat ik ooit heb gekregen en het komt van een meisje waarvan ik de naam niet eens ken: de kapster. ’Het’, dat was mijn haar. En de goeie wei, dat was ik.

Jaren gingen voorbij, ik dacht nog af en toe aan haar en vorige week kwamen we elkaar toevallig weer tegen en vlogen we elkaar passioneel in de armen.
Jaren gingen voorbij, ik dacht nog af en toe aan haar en vorige week ben ik weer met beide voeten op de grond gezet.

Tijdens een gesprek met een fossiel, een dinosaurus, een oudere collega. Onderwerp van gesprek: het verouderingsproces, de aftakeling, de vreselijke vloek van de wijkende haarlijn.

[Parasiet], jij bent toch ook al wel serieuze opritten aan het kweken.

Zijn vaderlijke monkellach stond in schril contrast met de Münchiaanse skrik op mijn gezicht. Sindsdien duikt De Schreeuw ook op in de badkamerspiegel, terwijl mijn vingers voorzichtig door het ongetwijfeld dunner wordende haar aan mijn slapen woelen. Slapen, woelen, vooral dat laatste gebeurt in bed.

Ik ken maar één manier om te vergeten.

Jij kwam in mijn lever, zo onverwacht.





Blauw, blauw, blauw.

9 12 2009

Daar stond ze. In het blauw gekleed. Badend in het licht aan het einde van de tunnel. Roerloos. Het was alsof ze wachtte. Ze merkte me niet op.

Hier stond ik. Veilig in het donker van de tunnel. Ik aarzelde even, keek om me heen. Niemand. Met grote maar langzame passen stapte ik op haar toe.

Ze keek even opzij, monsterde me van kop tot teen, keek weer weg.

Ik liep haar quasi-nonchalant voorbij, bleef aarzelend staan.

(Blauw, blauw, blauw, ik keer terug naar jou.)

Ik had een droge keel, ik slikte.

Mevrouw, zei ik. Ik deed mijn best om mijn stem niet te doen trillen.
Ja, zei ze.
Mag ik u wat vragen?, vroeg ik.
Ja, zei ze.
Komt u hier vaak?, vroeg ik.
Ja, zei ze.

Dit is de inrit van een garage, zei ik.
Ze zei niets, ze keek alleen.
Privédomein, zei ik.
Ze zei niets, ze keek alleen.
Als u zich hier wil verstoppen om onwetende weggebruikers te kunnen betrappen op verkeersovertredingen, moet u daar toestemming voor vragen, zei ik.

Ze keek me aan en greep naar haar boekje.
Ik keek haar aan en greep naar mijn mobieltje.
‘[Voornaam], [parasiet] hier, van nummer [nummer]. Er staat een agente verstopt in de inrit van de garage. Heb jij daar toestemming voor gegeven? Nee? Jij bent advocate, jij moet dat weten, heeft zij dan het recht om hier te staan? Nee? Wat zeg je? Of ik haar dat wil zeggen? OK. ‘t Is niks hoor. Ja. Daag.’
De huisbazin wil u aanklagen wegens huisvredebreuk, zei ik.
(Ik heb vannacht gedronken en gezien, hoe geen vrouw ooit krijgt wat ze verdient.)
Ze droop af, jankend, met de staart tussen de poten.

Mijn benen trilden. Ik wachtte in stilte tot het mannetje op groen sprong. En toen ik overstak, stond ze er nog steeds.

(Ik heb vannacht gekeken en beleefd hoe geen vrouw ooit terugkrijgt wat ze geeft.)





Niet stoppen

7 12 2009

Het zal u wellicht niet verbazen dat ook uw blogger vaak een liedje in zijn hoofd hoort spelen. Dat is nu eenmaal wat er gebeurt bij normale en bij abnormale mensen.  Uw blogger behoort minstens tot een van beide categorieën.

Het is niet omdat er elke dag, elk uur een ander liedje de bovenhand neemt, dat er zich geen grotere lijnen aftekenen. Dat is zo een beetje als het verschil tussen het weer en het klimaat.

Voor mij werd Please don’t stop the music het liedje van 2008. Het heeft zich dat jaar als een bloedzuiger in de hersenen genesteld. Niet alleen bij mij, het nummertje achter de link is al ruim 106 miljoen keer bekeken. Van don’t stop the music gesproken.

Nu 2009 bijna op zijn einde loopt, is het tijd voor conclusies. Het Liedje Van Tweeduizendennegen. Ik volg daarin niet de lijstjes, ze maken me zo zot meneer. Noch de tijdloze liefde voor Mia of Twee Meisjes, noch de tijdelijke uitingen van rouw over overleden zangers. Dat ‘pa pa pa pa’ een citaat uit Het Liedje van Tweeduizendennegen zou zijn, stond vast. Dat Lady Gaga het zou zingen, stond vast. Papapapokerface of papa-paparazzi? Ik denk dat het laatstgenoemde wordt. Om evidente redenen. I’ll follow you until you love me.

Benieuwd wat het wordt in 2010. Vast staat dat er zich een trend begint af te tekenen. Een genre. Een lijn. Of is dat nu eenmaal een noodzakelijke voorwaarde voor liedjes die in je hoofd blijven zitten?





Zo zot, meneer.

3 12 2009
  1. Ik heb een meisje gekust en ik vond dat leuk (ook de kersensmaak van lippenbalsem). Maar ik heb er geen liedje van gemaakt.
  2. Soms droom ik van het mooiste meisje van de wereld. Ik droom hoe zij verliefd wordt op mijn pen. Dan droom ik hoe zij elke dag stilletjes hoopt dat parasiet weer heeft geblogd.  Zoals bij Cyrano de Bergerac, zoals bij You’ve Got Mail.
    Ik droom hoe ze elk woord verslindt met de mooiste ogen van de wereld. Hoe ze elk woord fluistert met de mooiste lippen van de wereld. Hoe ze elk woord (als sneeuw) laat smelten op de mooiste tong van de wereld.
    Ik droom hoe het mooiste meisje van de wereld ontdekt dat ze parasiet ook in het echt kent. Zoals bij Cyrano de Bergerac, zoals bij You’ve Got Mail. En dan droom ik dat het meisje zegt dat ze gehoopt had dat ik het was. Zoals bij You’ve Got Mail.
    (En ik droom dat ik alles ontken. Zoals bij Cyrano de Bergerac.)
  3. ‘Ik heb van jou  gedroomd’, zei ze. ‘Je moest op reportage in de gevangenis. Undercover. Zo undercover dat je het zelf niet mocht weten. Ik wist dat ze je gingen komen arresteren, maar ik heb het niet verklapt. Ze hebben je twee weken in de gevangenis gezet en zelfs zweepslagen gegeven. Pas nadien vertelden ze waarom. En toen je erachter kwam dat ik het al op voorhand wist, moest ik naar de gevangenis.’
    ‘Bedankt dat je me waarschuwt’, antwoordde ik.




Wiedes

1 12 2009

Wiedes, van in ‘Nogal Wiedes’: fantastisch woord is dat. Altijd al graag gebruikt, dat woord. Maar het lukt zo weinig.

Eigenlijk is het goed dat dat zo weinig lukt. Er zijn van die woorden die je alleen met mate mag gebruiken. Het zijn woorden die smelten als sneeuw op je tong.

Kan een woord smelten? Het klinkt wel mooi, smelten als sneeuw op de tong. Maar volgens google kan iets op de tong alleen smelten als chocola, als een kersenbonbon of als het ware. Smelten als sneeuw voor de zon, dat bestaat. Tong, zon. Tongzon. Tongzoen.

Afin, heerlijke woorden dus. Heerlijk als chocola, als een kersenbonbon, als het ware. Heerlijke woorden als belendendegemurmel en geroezemoes. Of kneuterig en pannenkoek. Of tintelen, of desalniettemin.

Wat geen mooi woord is: liefde. Het is een woord waar de verleden tijd al in vervat zit (en dat net daarom zo goed de lading dekt).

Ik zou graag sterven als sneeuw op de tong. Want dàt klinkt pas mooi.